1. Vuurwerk en alcohol
Vuurwerk en alcohol zijn geen goede vrienden. Zorg voor een 'Bob' of laat de kurken pas na het vuurwerk knallen.
2. Ontsteken
Lees altijd eerst de gebruiksaanzwijzing!
Ontsteek vuurwerk op een open en veilige plaats: dus liever niet bij droog hout of op een plaats waar veel mensen samen zijn.
3. Kijkers
Hou toeschouwers op voldoende afstand van de plaats waar het vuurwerk wordt afgestoken.
4. Geen open vlam
Ontsteek vuurwerk met iets dat smeult, zoals een sigaret. Gebruik geen open vlam (lucifer of aansteker): de lont brandt dan sneller, zodat het vuurwerk vlugger ontploft. Houd de arm gestrekt bij het aansteken van de lont en buig het lichaam niet over het vuurwerk.
5. Vuurpijlen
Plaats een vuurpijl in een buis die verticaal in de grond vastzit. De buis moet minstens even lang zijn als de stok van de vuurpijl. Flessen zijn niet geschikt voor het afschieten van vuurpijlen.
6. Niet samen
Ontsteek elk stuk vuurwerk afzonderlijk.
7. Niet afgegaan
Vuurwerk dat niet ontploft, mag u nooit opnieuw aansteken. Giet er een emmer water over en laat het een nachtje liggen. Let erop dat kinderen niet met dit vuurwerk gaan spelen.
8. Noodgevallen
Spoel brandwonden altijd uitgebreid met water. Loopt er toch iets mis? Bel dan de hulpdiensten (112).
Hebt u nog geen vuurwerk gekocht, maar bent u het toch van plan, kies dan bij voorkeur siervuurwerk. Knalvuurwerk – dit is vuurwerk dat ontploft, zoals strijkers en piraten – is altijd gevaarlijk. Ook gevaarlijk zijn "sterretjes", bijvoorbeeld op ijs of taarten.
Heel wat mensen denken dat dit 'koud vuur' is, maar niets is minder waar. De temperatuur van zo'n sterretje loopt snel op tot 800° Celsius. Afblijven dus. En vergeet niet de tips hierboven te lezen. Fijne jaarwisseling!